Verslag van een reis in 2016 met twee Toyota Landcruisers van Hennelies, Ipo, Liesbeth en Frus die het plan hebben opgevat om van Nederland naar Singapore te rijden
In 2010/2011 hebben we met twee stellen, Hennelies - Ipo en Liesbeth – Frus met twee auto’s een reis gemaakt van Nederland naar Kaapstad (www.cruisingafrica.blogspot.com). Dit avontuur beviel zo goed dat we besloten zoiets op een later tijdstip nog eens te doen.
Die tijd is nu gekomen met als start wederom Nederland en als einddoel Singapore.
We willen dit einddoel bereiken via Turkije, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Iran, Turkmenistan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië, China, Laos, Cambodja, Thailand, Maleisië en Singapore. Ook Vietnam willen we graag aan doen maar tot nog toe is het nog niet gelukt om hier toestemming voor te verkrijgen.
vrijdag 12 augustus 2016
Midden Iran
zaterdag 6 augustus 2016
Armenie, Azerbeidzjaan en Noord Iran
Dat er “stront aan de knikker” was, was onmiddellijk duidelijk. Nadat de Azerbeidjaanse douanier aan de Georgische-Azerbeidjaanse grens het pakketje geld wat hij van iemand gekregen had in zijn borstzakje had gestopt begon hij met onze papieren. En er bleek direct dat er iets niet goed zat. Geïrriteerd begon hij tegen ons te praten en toen wij er niets van begrepen praatte hij tegen de collega’s rondom hem. Vervolgens rende hij naar buiten en begon tegen ander Azerbeidzjani’s te schreeuwen. Het eind van het liedje was dat hij onze papieren opzij gooide en weigerde verder met ons te praten. Zo’n drie kwartier later verscheen een andere official die wat Engels sprak en uitlegde dat onze auto’s niet aan de Euro-4 milieu norm voldeden. Met een 13 en 24 jaar oude Landcruiser konden wij dit alleen maar beamen. Ja en wat nu? Of we even de totale waarde van de auto’s als deposit wilden achterlaten, liefst in dollars. Die krijgen we dan terug als we het land aan de Iraanse kant weer verlaten, echt waar.
Niet onbegrijpelijk hadden wij wat moeite met deze benadering, vooral het terugkrijgen gaf ons enige zorg. Na wat heen en weer gepraat bleek er een opening. We konden een driedaags transit visum krijgen, exact 72 uur om het land weer te verlaten. Helaas moesten we wel een autoverzekering van een maand nemen want minder hadden ze niet.
Azerbeidzjaan bestaat eigenlijk uit weinig meer dan Baku of Baki zoals ze het zelf noemen. Dat is namelijk, door de olie industrie, een rijke stad met een heel mooi historisch centrum. Hier troffen we ook een collega van Ipo, Michiel van de Ruyt, die ons twee avonden op sleeptouw nam naar een prima restaurant in Baku. Het lukte ons zo om in de beperkte tijd een aantal modder vulkanen en een eeuwigdurende gasvlam te bezoeken.
Tankstations leiden ook vaak tot enige hilariteit. Regelmatig duiken pompbedienden hier onder Frus zijn auto om te zien of er geen enorme lekkages zijn. Ze kunnen zich namelijk niet voorstellen dat één auto 180 liter kan tanken. Wij maken er een sport van om niets te zeggen en te zien hoe lang het duurt voor ze nerveus worden.
De Iraanse kant ging juist heel soepel. Twee “fixers” stonden ons op te wachten en renden van hot naar her om alle papier rommel in orde te krijgen (foto van mensen die aan de auto hangen). Alles ging goed tot de laatste slagboom toen bleek dat de enige stempelaar voor ons “Carnet” al naar huis was. Sorry, sorry, jullie mogen door maar de auto moet blijven staan. En zo is het gelopen. De fixer bracht ons naar een hotel aan de Iraanse kant en de volgende dag zijn we de auto’s gaan ophalen met het juiste stempeltje. Eind goed al goed.



