In 2010/2011 hebben we met twee stellen, Hennelies - Ipo en Liesbeth – Frus met twee auto’s een reis gemaakt van Nederland naar Kaapstad (www.cruisingafrica.blogspot.com). Dit avontuur beviel zo goed dat we besloten zoiets op een later tijdstip nog eens te doen.

Die tijd is nu gekomen met als start wederom Nederland en als einddoel Singapore.

We willen dit einddoel bereiken via Turkije, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Iran, Turkmenistan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië, China, Laos, Cambodja, Thailand, Maleisië en Singapore. Ook Vietnam willen we graag aan doen maar tot nog toe is het nog niet gelukt om hier toestemming voor te verkrijgen.






Geplande Reisroute







vrijdag 12 augustus 2016

Midden Iran



Iraans Geld
Om een gewoon Nederlands huis in Iran te kopen zou je 10 miljard Rials moeten neertellen. 10,000 Rials is ongeveer een kwartje. Dat zijn heel veel nullen. Maar het is nog veel ingewikkelder. De prijzen worden genoemd in Tomans, afgebeeld in 1000 Tomans en betaald in Rials en geen van die getallen zijn hetzelfde. Dus als een winkelier zegt dat hij 100 Tomans wil hebben, bedoelt hij 100,000 Tomans en moet je een miljoen Rials betalen. Ondanks deze logica kostte het ons toch enige tijd voordat we dat doorhadden. De bedragen zijn zo groot dat brandstof voor onze auto’s vaak in twee afzonderlijke tank sessies gevuld moeten worden waarbij wij uit het hoofd de twee waanzinnig grote getallen moeten optellen.


Elke keer weer opnieuw moeten we geholpen worden. Hoofden schuddend en met veel geduld helpen de Iraanse verkopers ons door her en der biljetjes uit onze opengehouden portemonnees te plukken en zo het gevraagde bedrag bijeen te sprokkelen. We voelen ons vaak 6 jarigen die net hebben leren rekenen voor de kassa bij de HEMA.

Diesel is ook een fenomeen apart. De hoeveelheid diesel is beperkt en kan alleen verkregen worden met een diesel tankkaart, die wij natuurlijk niet hebben. Dus moet Ipo bij elke tankbeurt proberen van iemand een tankkaart te lenen. En voor het gebruik van die kaart moet een premie betaald worden, daarover moet Ipo dan onderhandelen. Meestal is 100% gebruikelijk, maar soms is het meer. Dus in plaats van 7.5 cent/liter moet hij dan 15 cent/liter betalen, een som die Ipo natuurlijk lachend neertelt. Maar snel even tanken is er dus niet bij. Benzine kost volgens de verkoper 1 Toman, op de teller staat 1000 en we betalen 10,000 Rials, ongeveer 25 cent/liter, een bedrag dat Frus een permanente grijns bezorgt gezien de altijd dorstige Landcruiser.
Overigens werken bank kaarten en credit cards niet in Iran dus we hebben alles cash in Euro’s en Dollars mee moeten nemen.

Iraanse Sprookjessteden
Na Teheran en Khomeiny airport nabij Qom rijden we zuidwaarts naar het 'heartland'  van Iran. De snelweg ligt op de westgrens tussen woestijn Dahst-e-Kavir en het Zagros gebergte. Het wordt steeds warmer en leger. De kamelen zijn ingeruild voor vrachtwagens. Het uitzicht bestaat alleen nog uit kale vlakten, zoutige beddingen en hoge bergen. Onderweg is het enige vertier een stop bij een benzinestation, voor een lunch of voor water voor onze was.
 

Gelukkig worden deze ritten onderbroken door de sprookjesachtige - duizend en een nacht - steden die we bezoeken: Kashan, Isfahan en Yazd.
Kashan
In Kashan overnachten we in een mooi en rustig traditional hotel. In feite in een gerestaureerde, met modder bepleisterde grote woning met een grote binnenplaats, waar omheen kamers onder en boven de grond liggen. We bezoeken in Kashan twee moskeeën een waterrijke Perzische tuin. In Kashan lopen we, nadat we de laatste dagen tevergeefs telefonisch afspraken probeerden te maken, op de bazaar toch de Omaanse vrienden van Frus en Liesbeth tegen het lijf. Een gezellige avond met Goos en Agnes, Hinke en Maurice, Alexandra en Twan plus 6 kinderen en het uitwisselen van nieuws en reistips volgde. Het was zo gezellig dat we de foto vergeten zijn, sorry. Achteraf bleek Hennelies hen al op de foto te hebben zonder zich dit te realiseren. Stel je voor dat we hen in de bazaar niet opgemerkt hadden en dit in Nederland zouden zien.

Isfahan
Daarna volgt Isfahan. Aangekomen bij het hotel moeten we eerst nog even onze auto's achterom parkeren. Dat betekent eerst rustig een paar honderd meter achteruit door het voetgangersgebied, een U-turn in de hoofstraat waar een file staat, daarna enkele nauwe passages door de smalste stegen, waarna we de auto manoeuvreren op een oppervlakte die nog geen vierkante meter groter is dan de auto zelf. Daar draaien we natuurlijk onze handen niet voor om. Dit in tegenstelling tot een opgewonden Iraanse hotelgast die zijn auto na een halfuur nog niet uit dezelfde parkeerplaats kan rijden.



Isfahan is een hoogtepunt. Na de siësta lopen we argeloos een straatje verder en belanden we op het grote plein, waar de met kleurrijke tegeltjes belegde moskeeën en paleizen feeëriek verlicht zijn, het Iraanse volk lekker aan het picknicken is in het groene gras of een balletje trapt, rinkelende paard en wagens langskomen en sommigen voor het avondgebed naar de moskee gaan. Het is er gezelliger dan in het Vondelpark in de zomer. Een absoluut hoogtepunt. Ook de volgende dag is het plein en Isfahan prachtig wanneer we rustig de moskee, het plein, de bazaar en de beroemde bruggen bezoeken.

Yazd
Het meest zuidelijke punt dat we in Iran bereiken is Yazd (Shiraz moeten we gezien de tijd helaas overslaan, nog een keer terugkomen is een optie). In Yazd overnachten we ook in een traditional hotel, bezoeken we de mooie moskee en de bazaar. Waar Yazd het meest beroemd om is, zijn de eeuwenoude watersystemen. Door het graven van ondergrondse mijngangen (qanats) wordt op tientallen kilometers afstand grondwater afgetapt. Dit water stroomt onder zwaartekracht naar de stad waar het in ondergrondse reservoirs voor bewoners beschikbaar is voor drinken, wassen etc. om uiteindelijk te stromen naar de lager gelegen te irrigeren landbouw gebiedjes. De ondergrondse waterreservoirs worden koel gehouden door het unieke systeem van windtorens, de qanats blijven koel door vele verticale schachten langs het tracé, die ook dienen voor baggerwerkzaamheden en ander onderhoud. In het watermuseum heeft Ipo zijn hart op kunnen halen.


 
Bazaars
Een ding hebben alle Iraanse sprookjessteden gemeen. De bazaars. Uitgebreide overdekte doolhoven van smalle straatjes, waar alles te koop is: koperen pannen, Perzische tapijten, exotische kruiden, aardewerken souvenirs, schoenen en petten en dameskorsetten en dadels van Khartoem meneer. En opvallend veel aaneengesloten rijen winkels met gouden sieraden en ringen met edelstenen. Ons is verteld dat goud het standaard cadeau is dat je geeft bij een geboorte, een huwelijk, een babyshower, housewarming, etc. . De bazaars worden vooral door vrouwen bezocht. In de ochtend of 's avonds tussen 5 en 9. Daarbuiten is het een dooie boel. De mannen gaan - net als in Nederland - mee als pakezel. Ook wij hebben intussen al diverse nuttige souvenirs aangekocht die de mannen gedragen hebben.




Voor na en tijdens het winkelen, belanden we in traditioneel ingerichte eet- en theehuizen, oude hammans waar we kreunend en steunend maar liggend of in kleermakerszit onze maaltijden verorberen. Hadden we maar beter ons best gedaan op yoga. Dit wordt, ter afwisseling van de kip-, lam- en beefkebabs, gedoseerd afgewisseld met een bezoek aan een nep McDonalds.
Nieuwe wereldburger
Frus en Liesbeth kondigen met gepaste trots de geboorte van de kleindochter van Roland en Nanda, genaamd Fiene aan. Het is puur toeval dat zij dit als eersten mochten horen. De geboorte vond plaats toen zij zich midden in de Iraanse woestijn bij een bedevaartsoord bevonden (Chak Chak) met de enige telefoonpaal in de wijde omgeving. Juist op dat moment belde Roland, de trotse vader.


zaterdag 6 augustus 2016

Armenie, Azerbeidzjaan en Noord Iran



Armenian Highlands
Armenië ligt gemiddeld op 1800 meter. Wat dat betreft en ook wat betreft de eeuwenoude christelijke cultuur lijkt het op Ethiopië (zie: www.cruisingafrica). De  etappe van Tblisi naar de camping van 'Armenië reizen' is een goede test voor de schoongemaakte radiator. Via de uitermate hobbelige weg vol met trage vrachtwagens en af en toe voorzichtige autobestuurders rijden we in een ruk al slalommend en inhalend door een prachtige kloof via Vadnozor naar boven. Daar kamperen we in een alpenwei - de minicamp en wegrestaurant Rembrandt zijn gesloten. 

De volgende dag moeten we wederom naar de radiator laten kijken, want de afdichting van Tblisi is intussen een lopend vergiet. Gerard den Hollander / eigenaar Rembrandt brengt ons gelukkig naar een fijnmechanicus, opgeleid in Zwitserland, die de radiator er deze keer wel zorgvuldig uithaalt (de Zwitserse precieze is beter te waarderen dan het Russische geweld). Daarna naar de radiator specialist die na eerst meewarig te kijken met een innovatieve oplossing komt. Gewoon ijzerdraad erom heen waar nodig en klaar is Kees. Na de eerste grote klim blijkt echter dat dit afdoende maar net niet 100% heeft gewerkt. Met enkele waterstops bereiken we het mooie grote meer van Sevan op 2100 m hoogte omringt door hoge bergen, vulkanen en de typische sobere ingerichte Armeense kerkjes met iconen aan de muren en mogelijkheden tot het branden van een kaarsje. 
 
Na een mooie tocht door de vulkanische hooglanden - deze keer gelukkig merendeels bergaf - kunnen we na drie nachten wild kamperen in Yerevan eindelijk douchen en de kleren uitspoelen en rustig laten drogen. Yerevan is niet spectaculair, maar heeft mooie brede wegen, parken met schilders, een bazaar (waar we horen dat in de Russische tijd alles beter was), leuke terrasjes met bier en niet te vergeten lekker Armeens-Arabisch eten. Vlakbij Yerevan bezoeken we een prachtig gelegen klooster met uitzicht op de Bijbelse Ararat, lunchen we aan een groen stuwmeer en bezichtigen we een fascinerend in rotsen uitgehouwen klooster hoog in de bergen. De volgende avond eten we weer Armeens-Arabisch maar dat blijkt de volgende dag niet iedereen goed te zijn bekomen.


Na vijf dagen rijden we Armenië weer uit (zo groot is het niet). Onderweg staan we nog even op de fundamenten van een oude Karavanserai, zoals er nog vele en betere zullen volgen op de Zijderoute en andere handelsroutes in het Midden Oosten. Zo vervolgen we onze weg in de voetsporen van Alexander de Grote, Ibn Haukal, Ibn Battuta en Marco Polo, die ook over land naar het oosten reisden. Op naar Azerbeidzjaan.

Azerbeidzjaan


Dat er “stront aan de knikker” was, was onmiddellijk duidelijk. Nadat de Azerbeidjaanse douanier aan de Georgische-Azerbeidjaanse grens het pakketje geld wat hij van iemand gekregen had in zijn borstzakje had gestopt begon hij met onze papieren. En er bleek direct dat er iets niet goed zat. Geïrriteerd begon hij tegen ons te praten en toen wij er niets van begrepen praatte hij tegen de collega’s rondom hem. Vervolgens rende hij naar buiten en begon tegen ander Azerbeidzjani’s te schreeuwen. Het eind van het liedje was dat hij onze papieren opzij gooide en weigerde verder met ons te praten. Zo’n drie kwartier later verscheen een andere official die wat Engels sprak en uitlegde dat onze auto’s niet aan de Euro-4 milieu norm voldeden. Met een 13 en 24 jaar oude Landcruiser konden wij dit alleen maar beamen. Ja en wat nu? Of we even de totale waarde van de auto’s als deposit wilden achterlaten, liefst in dollars. Die krijgen we dan terug als we het land aan de Iraanse kant weer verlaten, echt waar.

Niet onbegrijpelijk hadden wij wat moeite met deze benadering, vooral het terugkrijgen gaf ons enige zorg. Na wat heen en weer gepraat bleek er een opening. We konden een driedaags transit visum krijgen, exact 72 uur om het land weer te verlaten. Helaas moesten we wel een autoverzekering van een maand nemen want minder hadden ze niet.

 Azerbeidzjaan bestaat eigenlijk uit weinig meer dan Baku of Baki zoals ze het zelf noemen. Dat is namelijk, door de olie industrie, een rijke stad met een heel mooi historisch centrum. Hier troffen we ook een collega van Ipo, Michiel van de Ruyt, die ons twee avonden op sleeptouw nam naar een prima restaurant in Baku. Het lukte ons zo om in de beperkte tijd een aantal modder vulkanen en een eeuwigdurende gasvlam te bezoeken.



Tankstations leiden ook vaak tot enige hilariteit. Regelmatig duiken pompbedienden hier onder Frus zijn auto om te zien of er geen enorme lekkages zijn. Ze kunnen zich namelijk niet voorstellen dat één auto 180 liter kan tanken. Wij maken er een sport van om niets te zeggen en te zien hoe lang het duurt voor ze nerveus worden.
Toen we twee uur voor het verlopen van het visum de grens met Iran bereikten waren de douane mensen duidelijk teleurgesteld. Ze liepen een lucratieve onderhandelbare boete mis. Een douane man probeerde de zaak nog te vertragen door in slaap te vallen maar door op het raam te bonken wisten wij hem toch tot enige actie te verleiden.
 

De Iraanse kant ging juist heel soepel. Twee “fixers” stonden ons op te wachten en renden van hot naar her om alle papier rommel in orde te krijgen (foto van mensen die aan de auto hangen). Alles ging goed tot de laatste slagboom toen bleek dat de enige stempelaar voor ons “Carnet” al naar huis was. Sorry, sorry, jullie mogen door maar de auto moet blijven staan. En zo is het gelopen. De fixer bracht ons naar een hotel aan de Iraanse kant en de volgende dag zijn we de auto’s gaan ophalen met het juiste stempeltje. Eind goed al goed.

Touristen in Noord West Iran
We zijn in Iran. De eerste paar dagen rijden we van Astara, via Ardabil, Tabriz, Zanjan, Rasht naar Qazvin.  Het Iraanse Azerbeidjan. Veel touristen zullen we niet tegen komen hier denken we. Maar niets is minder waar. Het is vakantie in Iran en veel Iraniers zijn op vakantie in eigen land. Men kampeert overal, ook op de stoep. Alle parken en pleisterplaatsen zijn tijdens siesta vol met gezinnen die op een tapijtje lunchen, thee uit de samovar tappen en kletsen. Bij de bezienswaardigheden zijn we echt niet de enige. De lonely planet lijkt ook in Iran goed verkocht te worden.

De Iraniërs die we tegen komen zijn verrast en zeer geïnteresseerd om een praatje te maken: Waar kom je vandaan? Hoe heet je? Wat vind je van Iran? Waar ga je naar toe? Die vragen hebben we intussen al tientallen malen beantwoord. Uiteindelijk is het dan natuurlijke de bedoeling om een selfie samen met ons te maken zodat wij het vakantie fotoalbum van deze Iraanse toeristen wat kunnen opvrolijken en vice versa natuurlijk.
Tussen de contacten met de Iraniërs door genieten we van de pittoreske en fotogenieke dorpjes in de bergen: Kandovan waar net als in Cappadocië woningen in de rotsen zijn uitgehouwen, Masouleh, een dorp tegen de heuvel waar de straatjes over de daken van de onderliggende huizen lopen, Abyadeh waar je op 2100 meter door een mooi dorp in rode schutkleur kan dwalen. In al deze dorpen probeert men de Iraanse toeristen te verleiden zich in traditionele kledij te hijsen en daarmee op de foto te gaan.
Onderweg genieten we ook van de mooie landschappen, die geologisch uitermate goed ontsloten zijn. We kamperen veel vrij op afgelegen plaatsen (en soms een misser naast de doorgaande weg waar de vrachtwagens 's nachts ons wakker hielden). De eerste avond in Iran was wel erg mooi. We werden door de lokale zalmkweker op twee levende zalmen getrakteerd, die Ipo een kopje kleiner heeft gemaakt en die we, na zorgvuldig op de huid gebakken te hebben, opgepeuzeld hebben. Diezelfde avond werden we tevens getrakteerd op zelfgemaakt wodka met komkommer.

Zo zie je maar weer ons beeld van Iran, dat ons door iedereen voorgeschoteld wordt,  is de eerste dagen al behoorlijk in positieve zin bijgesteld.